Wat is sepsis?
Sepsis is een levensbedreigende orgaandisfunctie die ontstaat door een ontregelde lichaamsreactie op een infectie. Het immuunsysteem reageert zo hevig dat het niet alleen de infectie bestrijdt, maar ook de eigen organen beschadigt. Zonder snelle herkenning en behandeling kan sepsis leiden tot septische shock, multi-orgaanfalen en overlijden.
In Nederland worden jaarlijks naar schatting 15.000 patiënten opgenomen met sepsis. De mortaliteit ligt tussen de 20% en 40%, afhankelijk van de ernst. Elke uur vertraging in de start van behandeling verhoogt de mortaliteit met 7–8%. Daarom is vroegtijdige herkenning door verpleegkundigen letterlijk levensreddend.
De 5 belangrijkste signalen van sepsis
Hoewel sepsis zich op veel manieren kan presenteren, zijn er vijf klinische signalen die samen een sterk vermoeden moeten wekken:
1. Koorts of hypothermie
Een temperatuur boven 38,3°C of onder 36,0°C bij een patiënt met een (vermoede) infectie is een alarmsignaal. Let op: bij oudere patiënten en patiënten met een verminderde immuunrespons kan koorts afwezig zijn. Hypothermie (< 36°C) bij een infectie is juist een ongunstig teken en wijst op ernstige sepsis.
2. Tachycardie
Een hartfrequentie boven 90 slagen per minuut in rust is een compensatiemechanisme van het lichaam. Bij sepsis probeert het hart de dalende bloeddruk te compenseren door sneller te kloppen. Een stijgende hartfrequentie in combinatie met andere signalen moet altijd serieus genomen worden.
3. Tachypneu
Een ademfrequentie boven 22 per minuut is een van de sterkste voorspellers van sepsis. Het lichaam probeert de metabole acidose te compenseren door sneller te ademen. Tachypneu is vaak een van de eerste signalen, nog voordat andere parameters afwijken. Tel de ademfrequentie daarom altijd bij iedere controle.
4. Veranderd bewustzijn
Verwardheid, agitatie, sufheid of een acute verandering in mentale status kan wijzen op verminderde cerebrale perfusie door sepsis. Gebruik de GCS-score of AVPU-schaal om het bewustzijnsniveau te objectiveren. Elke acute daling ten opzichte van de baseline is significant, ook als de patiënt nog "wakker" lijkt.
5. Hypotensie
Een systolische bloeddruk onder 100 mmHg of een daling van meer dan 40 mmHg ten opzichte van de gebruikelijke waarde wijst op hemodynamische instabiliteit. Hypotensie bij sepsis is een laat teken — het lichaam kan de bloeddruk lang compenseren voordat deze daalt. Wacht daarom niet op hypotensie om sepsis te vermoeden.
qSOFA-score: snel screenen op sepsis
De quick SOFA (qSOFA) is een snelle screeningstool die aan het bed kan worden uitgevoerd zonder laboratoriumuitslagen. De qSOFA beoordeelt drie criteria:
- Ademfrequentie ≥ 22/min (1 punt)
- Veranderd bewustzijn — GCS < 15 (1 punt)
- Systolische bloeddruk ≤ 100 mmHg (1 punt)
Een qSOFA-score van 2 of hoger bij een patiënt met een (vermoede) infectie wijst op een verhoogd risico op een ongunstig beloop en moet leiden tot directe actie: start het sepsisprotocol, neem bloedkweken af en informeer de arts.
ABCDE-beoordeling bij sepsis
Bij vermoeden van sepsis voer je een systematische ABCDE-beoordeling uit:
- A (Airway): Controleer of de luchtweg vrij is. Bij verlaagd bewustzijn kan de luchtweg bedreigd zijn.
- B (Breathing): Beoordeel ademfrequentie, SpO2 en ademarbeid. Geef zuurstof bij SpO2 < 94%. Tachypneu is een vroeg teken.
- C (Circulation): Meet bloeddruk, hartfrequentie en capillaire refill. Start een infuus met NaCl 0,9% bij hypotensie. Neem bloedkweken af vóór antibioticatoediening.
- D (Disability): Beoordeel bewustzijn (GCS/AVPU), pupillen en bloedglucose. Veranderd bewustzijn is een red flag.
- E (Exposure): Ontkleed de patiënt en zoek naar infectiebronnen: wonden, katheter-insteekplaatsen, huiduitslag, abdominale tekenen.
Sepsis-3 criteria: wanneer escaleren
Volgens de Sepsis-3 definitie is sepsis gedefinieerd als een vermoede infectie met een SOFA-score stijging van 2 of meer punten. In de praktijk betekent dit dat je escaleert wanneer:
- De patiënt een (vermoede) infectie heeft met orgaandisfunctie
- De qSOFA-score 2 of hoger is
- De NEWS-score 5 of hoger is bij een patiënt met infectie
- De patiënt niet reageert op initieel vocht (30 ml/kg cristalloïden)
- Er lactaat ≥ 2 mmol/L is ondanks vloeistofresuscitatie (septische shock)
Verpleegkundige interventies bij sepsis
Bij vermoeden van sepsis start je direct het "Sepsis Six"-protocol. De eerste drie punten zijn verpleegkundig georiënteerd en moeten binnen 1 uur worden uitgevoerd:
- Geef hoog-flow zuurstof: Streef naar SpO2 ≥ 94% (tenzij COPD-patiënt, dan streef naar 88–92%).
- Neem bloedkweken af: Minimaal 2 sets (aeroob + anaeroob) uit verschillende punctieplaatsen, vóór start antibiotica.
- Start intraveneuze vloeistofresuscitatie: 500 ml NaCl 0,9% bolus, beoordeel respons na elke bolus. Richtlijn: 30 ml/kg in de eerste 3 uur.
- Dien intraveneuze antibiotica toe: Breedspectrum antibiotica zo snel mogelijk, idealiter binnen 1 uur na herkenning (in overleg met arts).
- Bepaal lactaat: Een lactaat ≥ 2 mmol/L wijst op weefselhypoxie en verslechtert de prognose.
- Meet de urineproductie: Plaats een blaaskatheter en monitor de urineproductie per uur. Streef naar ≥ 0,5 ml/kg/uur.
Rapporteer alle bevindingen en interventies gestructureerd via SBAR aan het behandelteam. Blijf vitale functies minimaal elk kwartier controleren totdat de patiënt stabiliseert.